Volgende wedstrijd Nederlands elftal:

Nederland

-

Oostenrijk
25 juni 18:00

Wed €5 en scoor €50 aan free bets tijdens het EK 2024!

Hoe de liefde voor Ajax Isaac Cuenca naar Amsterdam bracht

Foto: Hoe de liefde voor Ajax Isaac Cuenca naar Amsterdam bracht

Het is de droom van veel Nederlandse voetballers om voor Ajax en FC Barcelona te spelen, maar ook in Catalonië liep een jongetje met deze droom. Isaac Cuenca wilde bij allebei de clubs van Johan Cruijff spelen en kreeg in 2013 de kans. De oud-aanvaller van Barcelona openbaart tegenover SoccerNews.nl zijn liefde voor Ajax en gaat terug naar de moeilijke periode die hij in Amsterdam beleefde. “Ik bleef achter met een onvervulde droom.”

“Zal ik gewoon beginnen te vertellen hoe mijn liefde voor Ajax is ontstaan? Ik heb dat nog nooit publiekelijk verteld. Het zit zo: mijn moeder werkte als schoonmaakster op een camping in Reus, waar ik ben geboren. Wanneer ze aan het werk was, ging ik mee om de hele dag te voetballen. In mijn eentje of met anderen, van acht uur ’s ochtends tot zeven uur ’s avonds. In de zomer kwamen er veel Nederlanders kamperen. Ik herinner me een jongen die bij Ajax speelde, ik weet niet hoe hij heette of hoe oud hij was, maar hij gaf mij een trainingsshirt van Ajax. Vanaf dat moment ben ik filmpjes van Ajax gaan kijken. Ik zag hoe ze de Champions League wonnen met Johan Cruijff, hij werd mijn allergrootste held. Ajax werd naast Barcelona mijn favoriete club. Ik was toen zes jaar.”

Beste spelers ter wereld
De vele uren voetballen op de camping hadden effect. Cuenca werd op achtjarige leeftijd gescout door Espanyol en stapte twee jaar later over naar FC Barcelona. Hij verliet de beroemde jeugdopleiding een tijdje omdat hij liever met zijn vriendjes in Reus voetbalde, maar hij keerde terug bij Barcelona en beleefde een razendsnelle doorbraak. “Ik mocht de voorbereiding meedoen onder Pep Guardiola en kreeg al snel speeltijd”, herinnert Cuenca zich. “Het was een droom die uitkwam en het voelde nog groter door het geweldige team waarin ik terechtkwam. Ze hadden alle mogelijke prijzen gewonnen en werden wereldwijd gerespecteerd. Ik probeerde zo veel mogelijk van mijn teamgenoten te leren. Het voelde al snel vertrouwd, omdat veel van hen ook uit de jeugdopleiding kwamen. Het team was goed op elkaar ingespeeld en ik wist wat ik moest doen. Het is makkelijk om met de beste spelers ter wereld te spelen.”

Tussen alle grote namen blonk één speler altijd uit: Lionel Messi. Cuenca komt woorden tekort om het talent van de Argentijn te beschrijven. “Een wereldspeler. Wat kan ik nog meer zeggen? Een speler als Messi zullen we in de toekomst niet snel meer zien. Zoveel jaren op topniveau, zoveel goals en assists. Ik herinner me hoe hij verdedigers voorbij dribbelde op hoge snelheid. Elke aanraking van de bal was perfect. Ik was elke keer weer verrast. Zonder twijfel één van de beste spelers uit de geschiedenis.”

Cruijff als coach
Een paar maanden na zijn doorbraak mocht Cuenca samenwerken met zijn held Johan Cruijff, volgens hem ook één van de beste spelers ooit. De legendarische oud-voetballer riep Cuenca op voor het elftal van Catalonië. “Veel mensen zijn fan van Cruijff, maar voor mijn gevoel was ik de grootste fan van heel Spanje. Het was geweldig om hem van dichtbij mee te maken. Op de persconferentie zei hij over mij dat ik een goede buitenspeler was. Dat gaf me een geweldig gevoel. Guardiola haalde mij bij het eerste elftal en Cruijff praatte positief over mij. Op die twee momenten kan ik de rest van mijn leven teren.”

Na een goed debuutseizoen waarin hij dertig wedstrijden speelde, viel Cuenca van zijn roze wolk. In de laatste weken van het seizoen voelde hij pijn in zijn rechterknie. Hij moest geopereerd worden en stond acht maanden aan de kant. “De timing kon niet slechter. Ik was jong, brak door en speelde goed, maar dat succesverhaal stopte abrupt. Ik moest herstellen en de club ging door. Daar had ik het erg moeilijk mee. Het was het begin van blessureproblemen die helaas een grote rol hebben gespeeld in mijn carrière.”

Het elftal van FC Barcelona in december 2011 met Isaac Cuenca (bovenste rij, tweede van links).

Verhuur aan Ajax
Eenmaal fit zou Cuenca weer gaan spelen bij Barcelona. Tito Vilanova, de opvolger van Guardiola, liet hem weten dat hij nog steeds in de plannen voorkwam. “Tito had vertrouwen in me en Barcelona wilde me behouden, maar op de laatste dag van de transferperiode belde Marc Overmars naar mijn zaakwaarnemer. Hij vroeg of ik naar Ajax wilde komen. Ik zei meteen ‘ja’. Ik houd van Ajax. Dit is de club die ik van jongs af aan bewonder. Deze kans wilde ik pakken, dus ik belde Tito op. Hij zat op dat moment in de Verenigde Staten voor een behandeling tegen kanker. Hij zei me: ‘Als je wilt gaan, moet je gaan.’ Barcelona verhuurde me zonder een optie tot koop, omdat ze me na een half jaar terug wilden.”

Bij Ajax kwam Cuenca onder de hoede van trainer Frank de Boer, die bij Barcelona speelde toen Cuenca daar in de jeugdopleiding zat. Hij heeft het De Boer nooit verteld, maar als kleine jongen ontmoette hij zijn latere trainer al eens. “Ik was heel jong en ging naar Planet Football, een voetbalevenement in Barcelona. De Boer was daar en ik vroeg hem om een voetbal te signeren. Die heeft jarenlang op mijn kamer gelegen. Ik heb het hem nooit verteld, omdat daar geen ruimte voor was. De relatie was professioneel geworden en ik wilde laten zien dat ik kon spelen en kon scoren.”

De Boer praatte van begin af aan veel met Cuenca. Hij beloofde hem dat hij veel zou spelen als rechtsbuiten en gaf aan wanneer hij hem rust zou geven. Bij zijn debuut tegen Roda JC in de Johan Cruijff Arena liet Cuenca meteen zien wat zijn kwaliteiten waren. Na acht maanden zonder te spelen dribbelde de Spanjaard erop los alsof hij op de camping voetbalde. In de tweede helft sneed hij door de verdediging en gaf hij een assist op Daley Blind. “Ik miste nog ritme en moest me aanpassen aan het team, maar ik liet mezelf meteen zien. Ik brak de wedstrijd open met mijn dribbels. Dat is altijd mijn grootste kwaliteit geweest. Ik hield ervan om te dribbelen en het publiek te vermaken.”

In actie tegen Steaua Boekarest.

Weer geblesseerd
Cuenca startte in de twee Europa League-duels tegen Steaua Boekarest, waarin Ajax werd uitgeschakeld, en speelde negentig minuten tegen ADO. Daarna kreeg hij weer last van zijn knie. “Tijdens de eerdere operatie was mijn meniscus aan elkaar gehecht, maar het aanhechtingspunt liet los. Ik speelde zo lang mogelijk door, maar het ging echt niet. Ik moest weer gaan revalideren. Dat werd een lange en moeilijke periode. Ik maakte lange dagen met de fysiotherapeut in de gym, maar het resultaat bleef uit. Heel frustrerend. Ik was nieuw bij de club en wilde graag spelen. De mensen hadden hoge verwachtingen van mij, omdat ik van Barcelona kwam. Ik wilde ze laten zien wat ik kon, maar kreeg de kans niet vanwege die slechte knie.”

Alleen in Amsterdam
De herstelperiode die volgde, is een pijnlijke herinnering voor Cuenca. “Ik was alleen in een stad waar ik niemand kende. Ik kwam moe thuis van de club en sliep veel. Het was koud en het leven was een stuk rustiger dan in Barcelona. Ik herinner me dat ik na de training een siësta deed. Ik werd om zes uur wakker en ging naar buiten om Amsterdam te bekijken. Ik had een fiets gekocht om soms naar een restaurantje te gaan. Maar tot mijn verbazing waren alle winkels dicht. Was het misschien een feestdag? Of was de financiële crisis hier zo erg? Ik begreep er niks van.”

De taalbarrière met zijn ploeggenoten maakte de aanpassing niet makkelijker. Cuenca sprak in het begin amper Engels. “Iedereen was aardig tegen mij, maar ik kon niet goed antwoorden. De trainer sprak gelukkig Spaans en Christian Poulsen ook, omdat hij bij Sevilla had gespeeld. Ryan Babel kende een paar woordjes. Hij was net als ik herstellende van een blessure. Miralem Sulejmani en Thulani Serero woonden in het gebouw waar ik ook woonde en Christian Eriksen heeft me een paar keer thuis gebracht met de auto. Stuk voor stuk aardige gasten, maar echte gesprekken had ik niet met mijn teamgenoten. Ik schaamde me dat ik niets van de taal begreep en op het veld niets kon laten zien.”

“Als je speelt, maakt het allemaal niet zo uit, maar deze optelsom van emoties maakte me ongelukkig. Ik wilde net als de anderen genieten van het voetbal. De testen gingen goed, maar ik had elke keer een terugslag. Ik wist dat de wereld naar me keek en dat mensen over me praatten. De media, de supporters, de kritiek. Het ging tijdens mijn carrière vaak over mijn blessures, mijn rendement en mijn niveau. Ik vond het als speler moeilijk om mijn kant van het verhaal te vertellen, maar ik ben blij dat ik dat nu kan doen. Het leven van een voetballer gaat niet altijd over rozen. Je moet hard werken en opstaan op de moeilijke momenten.”

Cuenca met ballenjongen Ryan Gravenberch.

Laatste flits
Twee maanden nadat Cuenca van het podium verdween, zag Nederland een laatste flits van zijn kwaliteiten. Hij viel tegen NAC Breda acht minuten voor tijd in, meer liet zijn knie niet toe. Bij de cornervlag gooide hij er een dribbel uit waarmee hij zijn directe tegenstander het bos in stuurde. Ajax TV plaatste het op Youtube met Flamenco muziek eronder en de titel ‘Kunst van Cuenca’. “Ik wist niet dat er een camera stond, anders had ik nog meer trucjes gedaan”, lacht Cuenca. “Dat was op 27 april, toch? Ik weet het nog goed, want het was mijn verjaardag. Jammer dat het bij een paar momenten is gebleven. Als ik fit was geweest, had ik veel meer kunnen laten zien bij Ajax.”

Cuenca was met Ajax in gesprek om nog een jaar te blijven, maar hij moest weer geopereerd worden en de interesse verviel. “Daar had ik begrip voor. Het risico was te groot voor Ajax. Ik heb na die operatie zeven jaar lang geen problemen meer gehad, maar dat wisten we op dat moment niet. Ik bleef achter met een onvervulde droom. Het is een moeilijke periode geweest, maar ik ben dankbaar dat ik bij Ajax heb gespeeld. Geen slecht woord over de club en de mensen die er werkten.”

Carrière na Ajax
Na de operatie en het herstel bij FC Barcelona, liet Cuenca zijn contract ontbinden. Hij speelde vervolgens ieder jaar ergens anders, opeenvolgend bij Deportivo La Coruña, Bursaspor, Granada en Hapoel Beer Sheva. Na een mislukt avontuur in Israël zat hij op zijn 28ste een jaar lang zonder club. Zijn carrière ging bergafwaarts en hij besloot nog één avontuur aan te gaan in Japan. Cuenca speelde samen met Fernando Torres bij Sagan Tosu en genoot van het voetbal, maar hij raakte na zijn overstap naar Vegalta Sendai weer geblesseerd. “Ik voelde me niet meer zoals vroeger. De hoop dat het beter zou worden was weg. Ik kon het mentaal niet meer opbrengen om weer de hele revalidatie in te gaan. Ik besloot te stoppen en keerde terug naar mijn familie in Spanje.”

Begin dit jaar kreeg Cuenca een bescheiden afscheid in zijn geboortestad bij een wedstrijd tussen oud-spelers van FC Barcelona en veteranen van Reus. Bij de liefdadigheidswedstrijd werd een eerbetoon gebracht aan de carrière van Cuenca. Zelf speelde hij niet mee. “Ik voetbal alleen nog met mijn dochter. Daar geniet ik van.” Cuenca wil wel actief blijven in het voetbal, heeft de ambitie om trainer te worden en is bezig met het opzetten van een eigen bedrijf. Hij wil speciale koelapparaten op de markt brengen die sporters helpen bij knieproblemen. “Ik gebruik ze zelf ook. Er is geen beter proefkonijn dan ikzelf. Ik weet na zeven operaties zoveel van knieën dat ik anderen daarmee kan helpen.”

Acceptatie
Cuenca beseft dat zijn carrière anders had kunnen lopen als hij een goed stel knieën had gehad, maar hij berust in zijn lot. “Door de blessures heb ik niet kunnen bereiken wat ik had gehoopt. Ik ben niet de sterspeler geworden die ik had kunnen worden. Zo eerlijk moet ik zijn. Ik brak door bij Barça en wilde meer, maar dat is door de blessures niet gelukt. Tijdens mijn carrière vond ik het lastig om daarover te praten, maar ik heb geaccepteerd hoe alles is gelopen. Ik beschouw mezelf als een goede speler, die verder had kunnen komen zonder blessures. Er zijn ook spelers die op jonge leeftijd afvallen en nooit de kans krijgen om profvoetbal te spelen. Ik was één van de gelukkigen om in La Liga en in de Champions League te spelen. Die herinneringen omarm ik. Nu ik met pensioen ben, kan ik met trots terugkijken.”

Herinner jij je Isaac Cuenca bij Ajax?

  • Ja, ik wel.
  • Nee, ik niet.
360+ Votes

Deel op sociale media:

Wat kost gokken jou? Stop op tijd | 18+ | loketkansspel.nl | Gokken kan verslavend zijn | Deze boodschap mag niet gedeeld worden met minderjarigen| Algemene voorwaarden zijn van toepassing | #Advertentie