Ajax legt Taylor het zwijgen op

Foto: Ajax legt Taylor het zwijgen op

Kenneth Taylor zal ’s nachts nog wel eens wakker schieten van de eerste dertig minuten uit de wedstrijd tegen Frankrijk. Zijn eerste basisplaats in Oranje lijkt voorlopig zijn laatste. Analytici speculeerden al over de nazorg die Ajax moet leveren om  Taylor er mentaal weer bovenop te krijgen. Met de combinatie van factoren die bij Ajax aanwezig zijn, is dat eerder gezegd dan gedaan…

Kenneth Taylor en Ajax

Kenneth Taylor heeft in zijn eerste seizoen als basisspeler van Ajax al het nodige meegemaakt. De jonge middenvelder mocht onder Erik ten Hag ruiken aan het eerste elftal. Na het vertrek van Ryan Gravenberch (Bayern München) werd het jeugdproduct van de Amsterdammers doorgeschoven naar het basiselftal. In Amsterdam is hij dit seizoen een vaste waarde, maar vaste waarde toevoegen aan het spel van de Amsterdammers lukt Taylor (nog) niet.

Heitinga maakte al eens op een andere manier gebruik van het spelersprofiel van de lichtvoetige middenvelder, die nog steeds a la Gravenberch door de linies heen probeert te beuken. Dat dit niet zo gemakkelijk gaat als bij de sterke centrale middenvelder van Bayern, is gezien de fysieke verschillen tussen de twee Ajax-exponenten eerder logisch dan gek.

Wat dan wel opvalt, is de keuze om Taylor overwegend in die rol te laten spelen en dus eigenlijk spel van hem te verwachten dat niet in de lijn der prestatieverwachting ligt – een speler zonder fysieke stuwkracht vraagt om een andere rol op het middenveld, en dus een andere indeling van de spelersrollen in de rest van het offensieve gedeelte van de ploeg.

Dat laatste is bij Ajax grotendeels nog steeds ingedeeld op een speler die vanuit het middenveld door de linies heen kan breken met een dribbel. Heet je Gravenberch, dan is dat geen probleem als je een sterk lichaam tussen de man en de bal kan zetten. Heet je Frenkie de Jong, dan is dat nog gemakkelijker. Heet je Kenneth Taylor, dan is dat toch andere koek.

Tussen wal en vlaggenschip

Met gemiddeld 1,9 ingezette dribbels probeert de jonge Ajacied het wel. Dat 50% van die pogingen eindigen in balverlies (0,9 in totaal) en dat Taylor deze – los van zijn passing – lijdt in zones die direct countergevaar kunnen opleveren, werd zoals tegen Frankrijk pijnlijk duidelijk. Dat was toch geen mislukte actie? Dat klopt: dat Taylor ‘vast’ stond op het moment dat hij werd aangespeeld, een paar balcontacten nodig had om deze goed te leggen en er toen al paar Franse benen de bal voor zijn voeten wegschoof.

Met andere woorden: Taylor heeft niet het fysiek van een nummer acht, heeft te weinig geslaagde individuele acties om met zijn dribbels doorbraken te forceren en komt niet in de posities die ervoor zorgen dat hij vanuit de zone van de verdedigende middenvelder kan strooien met passes – Taylor is tweebenig en dat komt, helemaal in het geval van Ajax, uitstekend uit op de positie die van nature de meeste passes op het middenveld oplevert: de zes (nu: Edson Álvarez, red.).

Gemiddeld gezien passen Taylor (70,5 passes per negentig minuten) en Álvarez (73,7 passes per negentig minuten) ongeveer even veel. Daar komen bij de Mexicaan en de Nederlander ook hetzelfde percentage belangrijke passes/assists uit: bij zowel Taylor als Álvarez is dat 1,1%. Daardoor lijken de twee spelers evengoed in passing, alleen kan één ding niet achterwegen blijven: Taylor heeft op zijn positie veel minder tijd en ruimte voordat hij onder druk gezet wordt. Daaruit blijkt dus dat Álvarez met méér tijd net zoveel invloed met zijn passes heeft als Taylor onder (constante) druk – en daar maakte Heitinga al een keer gebruik van.

Het voor de hand liggende alternatief voor Taylor

In de periode dat Álvarez als centrumverdediger nodig was, maakte Taylor minuten als nummer zes. Dat zorgde bij Ajax voor een andere spelformule. In plaats van de houterige Álvarez, kwam de soepele techniek van de 20-jarige middenvelder het tempo van de Amsterdammers ten goede. De Mexicaans international wordt op handen gedragen in Amsterdam, maar zijn voeten laten het nog wel eens afweten in het tempo-maken voor een aanval.

Daar is de nummer zes, helemaal in het geval van Ajax, de meest belangrijke schakel – en bij Ajax vaak ook de schakel met het minste pass-inzicht, de minste traptechniek en degene die zich gezien zijn carrière het minste heeft ontwikkeld in het ‘vooruit denken’ in zijn spel – dat begon immers pas bij Ajax, en daar speelt Taylor al heel zijn leven voor. Het verschil tussen Taylor en Álvarez is niet in data te vangen. Dat levert ook geen extreme verhoging op in het aantal belangrijke passes en de assists van de 20-jarige middenvelder; zo is de rol van de zes niet ingesteld bij Ajax.

In veel opzichten is die een doorgeefluik in plaats van een spelmaker voor de defensie. Voor dat laatste is immers ruimte achter de laatste linie van de tegenstander nodig, en die ontbreekt voor Ajax vrijwel altijd. Daardoor heeft de verdedigende middenvelder van Ajax, naast slot op de deur, vooral de taak om de doorstroom van verdediging naar aanval mogelijk te maken. En die gaat bij Taylor een paar tellen sneller dan bij Álvarez – en daar profiteert de rest van de aanval van, helemaal als Ajax druk zet, de bal verovert en zelf in de omschakeling van de ruimte kan profiteren.

Daarmee heeft Taylor een Frenkie-achtig inzicht, de techniek van Donny van de Beek, de tweebenigheid van Wesley Sneijder en de houding van Rafael van der Vaart. Allemaal onderdelen van het spel die goed van pas komen als Ajax in de aanval is, maar er ook voor zorgen dat de Amsterdammers defensief kwetsbaar worden. Net als in het dribbel-offensieve in vergelijk met Gravenberch, geldt dat verschil in defensief opzicht ook met Álvarez.

Het voetballende zwijgen opgelegd

In de rollen die Taylor tot nu toe speelde bij Ajax, is één aspect belangrijker dan techniek, passinzicht en scorend vermogen: duelkracht. Taylor is geen kleine jongen (1,82 meter), maar raakt de bal gemiddeld 2,5 per wedstrijd kwijt omdat hij uit positie staat of van de bal gezet wordt. In de Eredivisie-luchtduels wordt de 20-jarige middenvelder vaker geklopt dan dat hij deze wint (0,8 om 0,6 = 57% om 43%). Intercepties heeft Taylor wel (0,8 per negentig minuten), maar dat zijn er gemiddeld minder dan de dribbels die mislukken (0,9 per negentig minuten).

Met andere woorden: Ajax legt Taylor het zwijgen op door, net als Ronald Koeman en de middenvelder zelf (in gesprek met VI gaf hij aan dat hij het liefst als centrale middenvelder speelt, red.), dingen van Taylor te verwachten die hij niet waar kan maken. De Ajax-middenvelder heeft niet de bijterspeelstijl van Lisandro Martínez, die zich als nog kleinere speler daardoor wél staande houdt tussen kasten van kerels. Niet die technisch zeer onderlegde beukloop van Gravenberch en ook niet die Mexicaanse spierenmassa in combinatie met een ongeëvenaarde over-mijn-lijk-mentaliteit van Álvarez.

Wat heeft Taylor dan wel in zijn spel? Een tien die ze in Amsterdam sinds het vertrek van Christian Eriksen niet meer zien.

De verborgen diamant van Ina Dorothea

Leg je de spelersprofielen van Taylor, Davy Klaassen en Steven Berghuis naast elkaar, komt er door de 20-jarige middenvelder een nieuwe middenweg. Taylor is een technisch meer onderlegde Klaassen – dat is onder andere te zien in de manier van dribbelen het aantal balaanrakingen in een actie. Taylor is daarmee ook een minder driftige versie van Berghuis, die zich wel blijft onderscheiden met zijn directe manier van passen.

Het scorend vermogen van Klaassen dan? Als aanvallende middenvelder is Klaassen per negentig minuten goed is voor 0,4 Eredivisie-doelpunten uit 1,7 schoten (=24% op de juiste positie om te scoren. Taylor doet daar als centrale middenvelder met gemiddeld 0,3 Eredivisie-doelpunten per negentig minuten uit 1,5 schoten (=20%) al niet veel voor onder – en als aanvallende middenvelder heb je minder verdedigende taken, dus kan Klaassen zich veel meer focussen op die doelpuntendrift.

Als Ajax met spelers als Álvarez op het middenveld blijft spelen, zullen die paar tellen vertraging ergens gecompenseerd moeten worden. Anders kan Berghuis die fijne linker van ‘m wel inzetten, maar is er altijd ruimtegebrek tussen de linies of achter de defensie en krijg je gemopper in plaats van applaus. Berghuis speelt nog steeds met de mentaliteit van een pure aanvaller en heeft in veel situaties te weinig rust in zijn hoofd – en dus spel – die een oppoetsbeurt van de verborgen diamant van Kenneth Ina Dorothea Taylor zou kunnen verwezenlijken.

Eriksen is nog steeds een meester in die ruimtes creëren. Aanvallende middenvelders gaan vaak diep, zoeken het schot of geven een risicovolle (steek)pass als ze de bal krijgen. Eriksen niet. De Deen houdt de bal aan zijn voet, dribbelt om uit het duel te blijven en bewaard net zo lang het pass-geduld tot iemand van de tegenstander uitstapt – en de defensieve organisatie wegvalt. Dan ligt er vrije ruimte voor een medespeler (pass) of de tijd om zelf een schijnbeweging in te zetten zonder dat er een veel sterkere speler in je nek zit.

FC Groningen
NAC Breda
Kansen zijn onderhevig aan verandering. Laatst bijgewerkt 19 juli 2024 23:50.

Wat is de beste rol voor Taylor?

  • Als zes (defensief)
  • Als acht (huidige rol)
  • Als tien (aanvallend)
1177+ Votes

Lees meer

Deel op sociale media:

Wat kost gokken jou? Stop op tijd | 18+ | loketkansspel.nl | Gokken kan verslavend zijn | Deze boodschap mag niet gedeeld worden met minderjarigen| Algemene voorwaarden zijn van toepassing | #Advertentie