Pikant Voetbal: tussen levensgevaarlijke Colombiaanse hooligans

Foto: Pikant Voetbal: tussen levensgevaarlijke Colombiaanse hooligans

In de rubriek Pikant Voetbal deelt sportjournalist Jesper Langbroek zijn spannendste verhalen uit de voetbalwereld van Latijns-Amerika. In Colombia zat hij tussen de hooligans van de harde kern van Independiente Medellín, die in het begin aardig leken, maar hem uiteindelijk met zachte hand beroofden. 

Het voetbal in Colombia staat niet bekend om het hoge niveau, maar de sfeer in de stadions is de beste die ik heb meegemaakt. De supporters in het stadion leven negentig minuten lang intens mee met hun club en met name de fanatieke supporters achter de goal maken er een waar spektakel van. Maar de sfeer kan ook snel omslaan bij deze supportersgroepen, die gevaarlijk en agressief kunnen zijn. Bij Independiente Medellín maakten ze deze reputatie meer dan waar, toen ik tussen de hooligans achter het doel zat.


Matig fouilleren 

Met een andere Nederlandse backpacker had ik kaartjes gekocht voor de wedstrijd tussen Independiente en Deportivo Pasto. We hadden bewust tickets voor de tribune achter het doel gekozen, omdat daar de meest fanatieke fans zitten. In de rij voor de entree was al duidelijk met wat voor types we de tribune zouden delen. Een groepje van zeven jonge gasten drong voor in de rij. Niemand zei er wat van. Ze oogden stuk voor stuk onder invloed, hadden grote pupillen en bloeddoorlopen ogen. Eén van hen had het clublogo in zijn nek getatoeëerd. Ze lieten zich rustig fouilleren, maar echt grondig ging dit niet, zeker als je weet dat er regelmatig steekpartijen plaatsvinden bij wedstrijden. 

Niemand hoefde zijn pet af te doen voor controle en ook hun broekriemen mochten mee naar binnen. Dit mag in veel stadions in Latijns-Amerika niet, omdat deze als wapen kunnen worden gebruikt. Bij Saprissa in San José mocht ik niet eens muntgeld mee, al leek dit een truc van corrupte beveiligers om snel geld te verdienen. Wij werden nu ook twee keer matig gefouilleerd en liepen achter de groep aan. 

Cocaïne op het toilet 

In de gangen van het stadion leek het alsof we in een achterstandswijk terecht waren gekomen. Om ons heen veel gasten met ontbloot bovenlijf, tattoos, kettingen, petjes of opgeschoren kapsels, strakke kaaklijnen en een opgefokte blik in hun ogen. Ze hingen wat rond in de catacomben en dronken sterke alcohol uit meegesmokkelde pakjes. Op de toiletten namen ze open een bloot lijnen cocaïne of de in Colombia populaire drugs tuci, roze poeder dat vaak bestaat uit een gevaarlijke mix van MDMDA, Ketamine en 2CB. Wij besloten het bij een biertje te houden. 

We passeerden onze medesupporters van vandaag zo beleefd mogelijk in een poging geen verkeerde aandacht te trekken. Dat ging een beetje lastig omdat we als lange en blonde gasten duidelijk te onderscheiden waren als buitenstaanders. Gelukkig hadden we allebei een Independiente-shirt aangetrokken, waardoor we in ieder geval aan dezelfde kant stonden.


Het biertje bleek alcoholvrij, opnieuw om alle aanwezigen tegen zichzelf en anderen in bescherming te nemen. We namen er vrede mee en beklommen de trap uit de catacomben richting de tribune. Daar kwam een sterke wietlucht ons tegemoet. Ik keek om me heen en zag nog meer gedrogeerde hooligans met boevenkoppen. Misschien hadden we de heftigheid van deze plekken toch onderschat. We liepen snel de tribune op en zochten een plekje om in de anonimiteit te verdwijnen. 

Laatste vindplaats 

Het stadion was wat verouderd, maar had een prachtig uitzicht door het ontbreken van een dak en de achtergrond van de stad en de bergen rondom Medellín. De tribune was versierd met vlaggen in de fraaie combinatie van rood en blauw, de clubkleuren van Independiente. We maakten foto’s ter herinnering en hoopten dat dit niet onze laatst vindplaats zou worden. Gelukkig maakten we snel onze eerste vriend. Een gozer van in de twintig verwelkomende ons op zijn tribune door ons een joint aan te bieden. Hij droeg een witte pet van de Chicago Bulls, had diamanten oorbellen in zijn oren en droeg een shirt met daarop ‘Banda Caminante’. “Dat is de groep waar ik bij hoor. We reizen onze club overal achterna, van Bolivia tot aan Brazilië.”

De reizende gang 

De naam van de supportersgroep La Banda Caminante kun je vertalen naar ‘de reizende gang‘. Na de wedstrijd hoorde ik dreigende verhalen over deze groep en ik zocht naar informatie via Google. Ik zie hoe ze in de achterbak van een truck met messen zwaaien en een bus van rivaal Atlético Nacional bedreigen. De leden van Banda Caminanta, ook wel geschreven als K-minante, vormen een subgroep van de Noord-Tribune en groeien veelal op in gebroken gezinnen in wijken met sociale problemen. Ze reizen vanwege een tekort aan geld op de opleggers van vrachtwagens heel Colombia en Zuid-Amerika door om hun team te volgen. 

Dit bericht op Instagram bekijken

Een bericht gedeeld door LA KMINANTE (@lakminante)

De K-minante lift met vrachtwagens mee die dezelfde kant oprijden en klimt soms zonder toestemming op de aanhanger. Het is een gevaarlijke manier van reizen. In 2012 overleden drie tieners toen de vrachtwagen, waar ze stiekem op waren geklommen, een ongeluk kreeg en kantelde. In 2014 viel een twintiger van de oplegger af, waarna ze onder de banden van de vrachtwagen terecht kwam en overleed voor de ogen van haar groepsgenoten. Het maakt de band tussen de leden van de groep alleen maar sterker. Op hun social media staan verschillende rouwadvertenties en bij de wedstrijden tonen ze spandoeken met overleden vrienden. Andere reizende groepen, zelfs van dezelfde club Independiente, zien ze als rivalen met wie ze tot de dood aan toe de strijd aangaan. 

Gedwongen meezingen 

Dit alles wisten we niet op het moment dat we tussen ze in stonden. We waren wel op ons hoede door de indruk die we kregen van de mensen om ons heen, maar onze vriend zorgde ervoor dat we ons veiliger voelden. Hij stak de ene naar de andere joint op, zei dat hij al dronken was en zong en sprong onafgebroken mee op de liedjes. “Je moet meezingen”, zei hij tegen ons. “Anders worden ze boos.” Hij wees naar andere leden van de harde kern achter ons, die fanatiek meezongen en een spandoek met ‘Banda K-minante’ vasthielden.


Gelukkig konden we af en toe met onze armen meezwaaien op het ritme van de trommel en waren er ook liederen waarbij we konden inhaken. ‘Dale, dale, dale rojo!’ Ik zong extra hard en keek nog eens naar achteren zodat ze zagen dat we ons best deden. Echt op ons gemak voelden we ons niet en we zaten de eerste helft uit. Het rustsignaal was voor ons een kans om drinken te gaan halen en naar een rustigere plek te verhuizen. Maar daarvoor moesten we eerst weer door de catacombe waar de andere agressief ogende groepjes zaten. 

Opdringerig 

In de rij voor het alcoholvrije bier sprak een donkere jongen ons aan. Hij droeg een zwart shirt en een pet en vroeg waar we vandaan kwamen. Hij tilde zijn shirt omhoog en liet ons een tattoo op zijn buik zien: Banda Caminante. “Wij horen bij jou”, zei ik. “We staan met je vrienden op de tribune.” Hij heette ons welkom en wilde ons helpen om als eerste drinken te bestellen. Opdringerig duwde hij zich tussen de wachtende mensen door en riep hij naar degene achter de balie. “Zij moeten eerst, zij moeten eerst.” De barman vroeg wat we wilden drinken, maar ik zei dat ik netjes achter in de rij wilde wachten, om geen vijanden te maken. Dit viel verkeerd bij de jongen. 

Hij keek me chagrijnig aan en zei dat hij drinken voor ons wilde halen. “Buiten verkopen ze sterke alcohol. Geef me geld en dan haal ik het voor je.” Ik zei dat we dat niet hoefden. Ik wist al dat hij Aguardiente zou gaan kopen, een likeur met een anijssmaak en niet mijn favoriet. Daarnaast voelde ik me niet prettig bij deze gast en wilde ik liever bij hem weg. Ik draaide me de andere kant op en zette een paar stappen opzij, maar hij kwam weer bij ons staan. Zijn pupillen stonden strak en hij was duidelijk onder invloed. Hij bleef opdringerig doorpraten in het Spaans, maar door zijn opgefokte gedrag en moeilijke accent kon ik de helft niet verstaan. Ik begreep wel dat hij nog steeds geld wilde. Ik gaf hem 5.000 Colombiaanse Pesos om drinken te halen. Dan was ik van hem af. “Dat is niet genoeg”, zei hij, en hij richtte zich nu tot mijn vriend, die helemaal geen Spaans spreekt. De situatie voelde dreigend aan, hoewel ik geloofde dat hij oprecht drinken voor ons wilde halen. Mijn maat gaf hem nog 5.000 Colombiaanse Pesos. Dat leek voldoende, want hij nam er genoegen mee en liet ons weglopen. De mensen om ons heen keken ons aan en moeten gezien hebben hoe ons hier op zachthandige wijze geld afhandig werd gemaakt. Omgerekend hebben we hem maar €2,47 gegeven, maar uit vrije wil was het niet en we zaten redelijk in het nauw.


Geschrokken liepen we terug naar de tribune, maar we wilden liever niet meer tussen dezelfde gasten staan en gingen op zoek naar een relaxte plek. Door de tunnel kwamen we in een rustiger vak, beneden in de hoek. De fans hier waren fanatiek, maar we werden niet gedwongen om mee te zingen of geld te betalen. We volgden de tweede helft op ons gemak en keken af en toe naar rechts waar de supporters helemaal los gingen. Aan de rand van de tribune hingen ze aan linten terwijl ze uit volle borst meezongen. Ze droegen geen shirts en toonden hun tattoos van de club of de groep waar ze toebehoorden. Bovenaan zagen we de Banda Caminante, die nog steeds stond te springen en af en toe een pluim wietrook de lucht in blies. Nu we het van een afstand zagen, beseften we in welke volledige gekte we ons even eerder bevonden. 

Gevaarlijk 

Independiente Medellin won met 1-0 en we namen ons voor om zo snel mogelijk het stadion uit te gaan. Het was al donker en we wilden diezelfde jongen of ander gespuis niet nog een keer tegenkomen. We liepen snel naar de straat en zochten een taxi. Pas toen we die betraden en wegreden voelden we ons weer echt veilig. Ik vroeg aan de taxichauffeur of hij de Banda Caminante kende. “Die lui zijn gevaarlijk”, zei hij. “Veel van hen hebben messen bij zich en kunnen agressief worden.” 

De taxichauffeur vertelde dat geweld in de stadions hier veel voorkomt. Een maand eerder werd er nog een supporter doodgestoken bij een wedstrijd tussen Unión Magdalena en Junior de Baranquilla in Santa Marta. In Nederland is de sfeer tussen de hooligans van een voetbalclub vaak al grimmig. In Latijns-Amerika gaat het er vaak nog extremer aan toe. Het risico om tussen de harde kern te gaan zitten was groter dan we vooraf dachten. We mogen van geluk spreken dat deze wedstrijd voor ons goed is afgelopen.

Dit bericht op Instagram bekijken

Een bericht gedeeld door LA KMINANTE (@lakminante)

Zie jij dit in Nederland ook gebeuren?

  • Ja
  • Nee
202+ Votes

Deel op sociale media:

Wat kost gokken jou? Stop op tijd | 18+ | loketkansspel.nl | Gokken kan verslavend zijn, deel deze inhoud niet met minderjarigen | Algemene voorwaarden zijn van toepassing | #Advertentie