Aad de Mos

Aad de Mos is Nederlandse voetbalanalist van beroep. De Hagenaar leunt daarbij op een rijke carrière als hoofdtrainer, nadat hij zelf enige tijd in het betaald voetbal actief was als speler. De Mos is wekelijks te horen in de podcast van SoccerNews.nl.

Adriaan Johan (Aad) de Mos werd op 27 maart 1947 geboren in Den Haag. Op tienjarige leeftijd sloot hij zich aan bij de jeugdopleiding van ADO Den Haag, waar hij Dick Advocaat en Lex Schoenmaker trof. “We kregen met z’n drieën een contract bij ADO”, vertelde hij later aan Voetbal International. “Zij speelden al vrij snel in het eerste elftal. Ernst Happel was gek met mij, maar wilde me een beetje met de voetjes op de grond neerzetten. (…) Die gasten begonnen mij te dollen, dus op een middag heb ik die ballen zó weggepleurd. Naar Happel. Toen was ik aan de beurt, dat heb ik geweten. Hij liet me lekker in het tweede spelen. Een keer het bankie, maar het eerste elftal is er nooit van gekomen. Ik had natuurlijk ook wel een heel grote speler vóór me staan. Aad Mansveld kon ik er nooit uit spelen.”

Zijn houding stond De Mos behoorlijk in de weg. “Ik denk dat ik veel meer uit mijn carriere had kunnen halen als ik de stijl en attitude van Guus Hiddink had gebruikt. Dat is een lacune. Ik ben nooit een diplomaat geweest. Mijn opvoeding is daar debet aan. Ik ben een kopietje van mijn vader, Henk de Mos. Onrecht was uit den boze”, verklaarde de Hagenaar in datzelfde interview.

De Mos zou nooit in actie komen voor de A-selectie van ADO. Hij koos daarom voor een overstap naar het amateurvoetbal, waar hij neerstreek bij RVC (Rijswijk) en later VV Wilhelmus (Voorburg). In 1970 keerde De Mos terug naar het betaald voetbal, waar hij zijn loopbaan afsloot bij Excelsior. Bij de club uit Rotterdam speelde hij zijn enige twintig wedstrijden als prof. Een zware liesblessure dwong hem in 1973 om zijn voetbalcarrière voortijdig te beëindigen.

Trainerscarrière

Tijdens zijn spelerscarrière werkte De Mos als leraar in het basisonderwijs. De Hagenaar kon deze bagage meenemen naar het voetbalveld. Na korte tijd als jeugdtrainer te hebben gewerkt bij ADO Den Haag (1964-1965) werd hij vanaf 1973 hoofdtrainer. De Mos was in deze hoedanigheid achtereenvolgens actief voor de amateurclubs VV Wilhelmus, De Valkeniers en RVC Rijswijk.

Ajax

In het seizoen 1980-1981 kreeg De Mos een geweldige kans aangeboden: jeugdtrainer worden bij Ajax. De Hagenaar besloot in te gaan op het aanbod van de Amsterdammers. Nog datzelfde seizoen mocht hij Leo Beenhakker op interim-basis opvolgen als eindverantwoordelijke van Ajax 1. Onder zijn leiding eindigden de Amsterdammers als tweede in de Eredivisie en werd de bekerfinale bereikt, maar AZ’67 greep dat seizoen de dubbel. Ajax won in competitieverband wel de toppers tegen AZ (1-0) en Feyenoord (4-1).

Na het seizoen 1980-1981 mocht De Mos als assistent-trainer aan de slag bij Ajax. Als rechterhand van Kurt Linder werd hij in 1982 landskampioen met de Amsterdamse club, waar hij in de zomer van 1982 promoveerde tot hoofdtrainer. De Haagse oefenmeester kreeg drie van de grootste voetballers uit de Nederlandse voetbalgeschiedenis tot zijn beschikking: Frank Rijkaard, Johan Cruijff en Marco van Basten. Verder bestond de selectie uit namen als Piet Schrijvers, Sonny Silooy, Søren Lerby, Jesper Olsen, Wim Kieft en John van ‘t Schip.

De Mos beschaamde het vertrouwen van Ajax niet. Hij loodste de Amsterdammers in het seizoen 1982-1983 meteen naar de dubbel, mede dankzij een imposant aantal van 106 competitietreffers. Na dit jaar viel de selectie deels uiteen. Superster Cruijff vertrok na een conflict met voorzitter Ton Harmsen naar aartsrivaal Feyenoord, waar ook aanvoerder Lerby, doelman Schrijvers en spits Kieft afzwaaiden. Dit had sportieve consequenties: het verjongde Ajax viel terug naar de derde plaats op de ranglijst, maar imponeerde dat seizoen door de latere kampioen Feyenoord met 8-2 opzij te zetten.

Ajax herpakte zich in het seizoen 1984-1985 door de landstitel te veroveren, maar De Mos kreeg dit kampioenschap niet op zijn naam. Zijn team verspeelde gaandeweg het seizoen de riante voorsprong en dat leidde ertoe dat aanvoerder Dick Schoenaker namens de spelersgroep aangaf dat er onvoldoende draagvlak was om het seizoen af te maken onder diens leiding. Onder leiding van Spitz Kohn, Tonny Bruins Slot en Cor van der Hart gaf Ajax de koppositie niet meer uit handen.

KV Mechelen

De Mos ging na zijn Ajax-periode aan de slag bij KV Mechelen. Tijdens het seizoen 1985-1986 werd hij aangesteld voor het daaropvolgende seizoen, maar hij begon al meteen als scout en kreeg daarmee een belangrijke stem in het aankoopbeleid. Gedurende het seizoen presteerde de Belgische club echter teleurstellend en dus werd Ernst Künnecke voortijdig ontslagen. De Mos kwam daardoor al eerder voor de groep te staan en slaagde erin om degradatiegevaar weg te houden.

De Mos haalde in de zomer van 1986 verschillende versterkingen naar KV Mechelen, waaronder doelman Michel Preud’homme. De Nederlandse trainer had het meteen goed voor elkaar. In zijn eerste volledige seizoen eindigde de club meteen als tweede en werd voor het eerst in de clubgeschiedenis de Belgische beker naar Stadion Achter de Kazerne gehaald. In de finale werd Club Luik met 1-0 verslagen. De Mos werd beloond door als Trainer van het Jaar te worden verkozen.

Als Belgisch bekerwinnaar mocht KV Mechelen in het seizoen 1987-1988 deelnemen aan de Europacup II. Dinamo Boekarest, St. Mirren, Dinamo Minsk en Atalanta Bergamo werden achtereenvolgens uitgeschakeld, waardoor Malinwa in de finale tegenover Ajax kwam te staan. De Mos nam wraak voor zijn ontslag in 1985 door een 1-0 overwinning te boeken op zijn oude werkgever. De finale in Straatsburg, beslist door de Nederlander Piet den Boer, noemde hij achteraf het hoogtepunt van zijn trainerscarrière.

Na het veroveren van de Belgische beker en de Europacup II was het succesverhaal van De Mos in Mechelen nog niet voorbij. In het seizoen 1988-1989 bezorgde de Hagenaar zijn werkgever de eerste Belgische landstitel sinds 1948 en dat is nog altijd het laatste kampioenschap van de club. Ook won hij dat seizoen de Europese Supercup door Europacup I-winnaar PSV over twee wedstrijden te verslaan (3-0 zege thuis, 1-0 nederlaag uit).

Anderlecht

De Mos werd opnieuw Trainer van het Jaar in Mechelen, maar door financiële problemen vertrok hij in 1989 naar competitiegenoot Anderlecht. Voorzitter Constant Vanden Stock was geïnspireerd geraakt door diens prestaties van de voorgaande seizoenen en haalde hem naar Brussel. In zijn debuutseizoen als Anderlecht-trainer loodste hij de ploeg meteen naar de finale van de Europacup II, maar een nieuwe eindzege bleef uit: het Italiaanse Sampdoria bleek na verlenging met 2-0 te sterk.

In het seizoen 1990-1991 deed De Mos wat er gevraagd werd bij Anderlecht: succes boeken. Paars-Wit werd onder zijn leiding landskampioen. Zijn relatie met de clubleiding verslechterde echter in rap tempo, mede vanwege zijn soms excentrieke karakter. Na het prijsloze seizoen 1991-1992 besloot Vanden Stock dan ook in overleg met zijn collega’s om de oefenmeester de deur te wijzen.

PSV

De Mos kwam na zijn vertrek bij Anderlecht niet meteen aan de bak. Pas in de zomer van 1993 werd hij gepresenteerd als nieuwe trainer van PSV, waar hij de opdracht kreeg om door te selecteren. Zonder Romário eindigden de Eindhovenaren op grote afstand van landskampioen Ajax en dat was voor de tacticus aanleiding om een heleboel gelouterde spelers de deur te wijzen. Met aanwinsten als Ronaldo en Luc Nilis werd er nieuw elan naar het Philips Stadion gehaald.

Ook het seizoen 1994-1995 verliep niet naar wens voor PSV. Na nederlagen tegen Ajax (4-1) en Willem II (2-1) besloot de clubleiding in te grijpen door de trainer te ontslaan. De Mos verklaarde later geen eerlijke kans te hebben gekregen om te oogsten na alle noodzakelijke ingrepen. “Het was van PSV niet eerlijk en niet goed. Daar heb ik mijn grootste kras opgelopen”, zo liet hij in 2022 weten aan De Telegraaf. Vooral technisch directeur Frank Arnesen was daar in diens optiek schuldig aan.

Werder Bremen

De Mos werd in 1995 aangesteld als nieuwe hoofdtrainer van Werder Bremen. Als opvolger van succescoach Otto Rehhagel stond hij al vanaf dag één voor een loodzware opdracht en in de praktijk lukte het vrijwel geen moment om de scepsis weg te nemen. Zo werd de Bundesliga-club in de UEFA Cup uitgeschakeld door nota bene PSV. In januari 1996 werd De Mos ontslagen als trainer van Werder.

Standard Luik

Als vijftiger keerde De Mos in de zomer van 1997 terug naar België. Standard Luik moest onder zijn bewind de weg naar boven weer inslaan, maar al vanaf het begin was de relatie moeizaam. De Mos liet de eerste training lopen om spelers te scouten en eiste meer aankopen dan de clubleiding hem wilden bieden. De dramatische competitiestart werd hem in oktober 1997 dan ook fataal.

Sporting Gijón

De Mos zat een jaar zonder werk toen hij in oktober 1998 terugkeerde als trainer. Het Spaanse Sporting Gijón was na de degradatie uit de Primera División dramatisch aan het seizoen begonnen en wilde onder de Nederlander een nieuwe weg inslaan, maar tijdens de winterstop weigerde de clubleiding mee te werken aan een kwaliteitsimpuls. In januari 1999 besloot De Mos zelf op te stappen.

Urawa Red Diamonds

Na wéér een kortstondig avontuur stonden de clubs niet langer in de rij voor De Mos. In de zomer van 1999 verraste de Hagenaar met een contract bij het Japanse Urawa Red Diamonds, maar onder zijn leiding lukte het niet om lijfsbehoud veilig te stellen. Nog voor het einde van het seizoen besloot de clubleiding om de samenwerking te beëindigen.

Technisch directeur bij KV Mechelen

De Mos keerde in november 2000 terug bij een hem welbekende club: KV Mechelen. De Belgische club was inmiddels afgezakt naar de laatste plaats in de Eerste Klasse en de Nederlander werd daarom aangesteld als technisch directeur. Onder zijn leiding werd Barry Hulshoff aangesteld als nieuwe trainer, maar zijn landgenoot slaagde er niet in om Malinwa op het hoogste niveau te houden. De Mos greep opnieuw in door Fi Van Hoof voor de groep te zetten en dat pakte goed uit: als kampioen keerde de club binnen een jaar terug in de hoogste afdeling.

In de zomer van 2002 kwam zijn tweede periode in Mechelen ten einde. De nieuwe manager Luc Verheyen dacht dat de Nederlander ‘illegaal geld’ verdiende aan transfers, waardoor De Mos op straat werd gezet. Na diens vertrek stortte KV Mechelen volledig in.

Al-Hilal

In maart 2003 koos De Mos voor een overstap naar Al-Hilal in Saudi-Arabië. Onder zijn leiding won de club de Crown Prince Cup en dat leverde hem een nieuw contract op, maar een jaar later moest prins Abdullah Bin Mosaed wijken en dat was voor de Nederlander aanleiding om af te zwaaien.

Verenigde Arabische Emiraten
Ondanks zijn vertrek bij Al-Hilal besloot De Mos in het Midden-Oosten te blijven. In de zomer van 2004 werd hij aangesteld als bondscoach van de Verenigde Arabische Emiraten. Onder zijn bewind werd de nationale ploeg al in de groepsfase van het Aziatische kampioenschap uitgeschakeld, waarna hij nog drie oefenwedstrijden aan het roer bleef.

Vitesse

De Mos keerde in de zomer van 2006 terug naar Nederland. Vitesse liep verschillende trainers mis en kwam vervolgens uit bij de Hagenaar, die in zijn eerste seizoen slechts een twaalfde plaats neerzette. Zijn tweede seizoen in Arnhemse dienst verliep niet veel beter. Vitesse zakte na een formidabel begin af op de ranglijst, maar baarde vooral opzien door Haim Megrelishvili tegen FC Twente na zes minuten te wisselen. Op bezoek bij AZ herhaalde hij dat kunstje na zestien minuten.

Niet alleen de relatie tussen De Mos en Megrelishvili verslecterde, maar ook de rest van de spelersgroep beklaagde zich. In april 2008 kwamen beide partijen dan ook contractontbinding overeen.

AO Kavala

De Mos verraste in januari 2010 met een nieuwe baan: de Griekse middenmoter AO Kavala stelde hem aan als nieuwe trainer. Met het realiseren van lijfsbehoud en het bereiken van de halve finale van de beker wist hij prima prestaties neer te zetten, maar een verschil van inzicht leidde in april van datzelfde jaar alweer tot een breuk.

Sparta Rotterdam

Een week na zijn vertrek bij Kavala werd De Mos voor de allerlaatste keer aangesteld als hoofdtrainer. Hij moest Sparta Rotterdam behouden voor de Eredivisie, maar ondanks een aantal opmerkelijke maatregelen mislukte diens opdracht. Een knotsgekke slotfase van de play-offs tegen Excelsior werd de Kasteelheren fataal, waarna zijn trainersloopbaan ten einde kwam.

Mediacarrière

Aan het einde van zijn trainersloopbaan was De Mos al regelmatig te bewonderen als voetbalanalist. Zo fungeerde hij tijdens het WK 2006 in Duitsland als analyticus namens NOS en VT4. Tevens werd de oud-trainer regelmatig uitgenodigd voor praatprogramma’s, waaronder NOS Studio Voetbal en de VI-uitzendingen van RTL 7.

De Mos laat zijn mening anno 2023 regelmatig klinken. Zo is hij wekelijks te horen in de podcast van SoccerNews.nl, heeft hij een vaste rubriek met Rik Elfrink namens het Eindhovens Dagblad en ook andere media doen graag een beroep op de Hagenaar.

Laatste update: 23 januari 2023

Wat kost gokken jou? Stop op tijd | 18+ | loketkansspel.nl | Gokken kan verslavend zijn, deel deze inhoud niet met minderjarigen | Algemene voorwaarden zijn van toepassing | #Advertentie